A- A A+

Is bedoeld voor 12 jaar en ouder en je kan er komen door middel van het doorstromen vanuit de instap groep of een verwijzing vanuit de huidige gymjuffrouw. Als je wordt doorverwezen vanuit een recreantengroep zullen er eerst een paar proeflessen plaatsvinden zodat de turnster zelf kan kijken of ze het leuk vind en de trainster kan kijken of de turnster zelf genoeg talent en doorzettingsvermogen heeft.

De wedstrijden vinden plaats op regionaal niveau, genaamd RTT-wedstrijden. Deze wedstrijden zijn in groepsverband waarbij het de bedoeling is dat je als team de beste score neerzet in een poule. Afhankelijk van de poule grootte zullen er ongeveer vier wedstrijden in groepsverband plaatsvinden in het seizoen en als afsluiting natuurlijk een finale waar je je voor kan plaatsen tijdens de poulefase.

Naast deze groepswedstrijden wordt er ook meegedaan aan individuele wedstrijden, waar je individueel kan laten zien wat je in huis hebt.
De trainingen vinden op dinsdag plaats van 18:30 - 20:00 in de gymzaal aan de Sandenburg en op vrijdag van 18:00 - 20:00 in de turnhal bij de sportboulevard.

Tijdens de wedstrijd wordt er geturnd op de volgende vier onderdelen:

1. Balk:

Een evenwichtsbalk of kortweg balk is een turntoestel dat bij het damesturnen wordt gebruikt.
Bij de balk is het de bedoeling zo moeilijk mogelijke acrobatische technieken uit te voeren zonder het evenwicht te verliezen. Niet alleen het van de balk vallen wordt bestraft, maar ook zichtbare evenwichtscorrecties met het lichaam. Een sessie wordt afgesloten met een afsprong, waarbij het eveneens aankomt op de combinatie van techniek en stabiliteit.
De balk is ongeveer 10 cm breed; de lengte is 5 m. Elementen die bijvoorbeeld worden uitgevoerd op een balk zijn: Sisonne, radslag, koprol, spagaatsprong, pirouette en een salto als afsprong.
(bron: Wikipedia)

2. Brug met ongelijke leggers:

De brug met ongelijke leggers heeft twee ongelijke, in hoogte verstelbare leggers. Op de damesbrug kunnen verschillende soorten elementen worden geturnd, zoals

      • zwaaien (zoals reuzenzwaai)
      • draaien (zoals buikdraai, zolendraai)
      • kiepen
      • beenzwaaibewegingen (zoals ophurken en tegenspreiden)
      • vluchtelementen
      • afsprongen (zoals een salto achterover)

(bron: Wikipedia)

3. Vloer:

De vloer is een discipline binnen het toestelturnen waarbij op een vierkante mat van 12x12 m wordt geturnd. De vrouwen turnen bij dit onderdeel op muziek, welke geen zang mag bevatten. Een vloeroefening mag niet langer duren dan 1.30 minuut en hoort te zijn opgebouwd uit verschillende soorten onderdelen:

      • acrobatische onderdelen (series, zoals overslag radslag of Arabier flickflack)
      • balansonderdelen (statisch, zoals een handstand)
      • lenigheidsonderdelen (zoals een spagaatsprong)

Bij de vrije oefening op muziek wordt de oefening verder opgevuld met bewegingen op de muziek. De randen van de vloer zijn gemarkeerd met een lijn. Verliest een turnster haar evenwicht en belandt ze buiten deze lijn, dan betekent dit puntenaftrek. Daarbij wordt van de turners gevraagd om alle hoeken van de vloer te benutten in de oefening.
(bron: Wikipedia)

4. Sprong:

Voordat een mooie sprong over de zogenoemde Pegasus kan worden gemaakt is het belangrijk om een snelle aanloop te maken alvorens op de plank of minitrampoline wordt gesprongen. Pas dan kan je een mooie overslag, arabier of misschien wel een tsukuhara springen.